Hoe werkt een telescoop | korte introductie

De Italiaan Galileo Galilei (1564 – 1642) was de eerste die met een sterrenkijker (telescoop) de hemel bestudeerde. Hij zag de kraters op de Maan en ontdekte de manen bij Jupiter. Het was natuurlijk een simpel kijkertje. Een koker met aan het eind een soort brillenglas. De telescoop zelf werd uitgevonden in in Middelburg in 1609 door ofwel Sacharias Jansen of Hans Lipperhey. We weten dit niet helemaal zeker.

Wil je zelf een telescoop aanschaffen, dan kun je kiezen uit meerdere modellen. Er zijn twee hoofdtypes: de lenzentelescoop en de spiegeltelescoop.

De lenzentelescoop
De lenzentelescoop heet ook wel een refractor en is opgebouwd uit lenzen. Op de voorkant van de buis zit een grote lens (het objectief). Het licht van bijvoorbeeld de Maan komt in de buis terecht en gaat door de lens naar het achterste dunne buisje. Hierin zit het oculair (de kleine lens). Dit oculair kun je verwisselen. Zo kun je de vergroting aanpassen. De vergroting is onder andere afhankelijk van de diameter van het objectief en het oculair. Laat je niet verleiden door advertenties die aangeven dat er wel vergrotingen van 800 x mogelijk zijn, want vooral bij kleine telescopen is dit onzin.

Lenzentelescoop

Wil je een lenzentelescoop aanschaffen, begin dan bij één met een objectief van 60 milimeter, liever nog iets groter.

Een lenzenkijker heeft een hoger contrast dan een spiegelkijker. Daarom is de refractor zeer geschikt voor het bekijken van details op de maan en planeten. Een nadeel aan lenzenkijkers is dat ze relatief lang zijn. Hoe meer licht ze kunnen verzamelen (een grotere objectiefdiameter), hoe langer de buis wordt.

De spiegeltelescoop
De spiegelkijker, ook wel reflector genoemd, werkt iets anders. Er zit geen lens in, maar een holle spiegel. Het licht valt op de spiegel, wordt teruggekaatst en valt op een klein vlak spiegeltje voor in de telescoop, om da in het oculair te komen. Spiegeltelescopen worden veel gemaakt, omdat ze makkelijk te bouwen zijn. Vooral de grote telescopen zijn meestal spiegeltelescopen. Een 11 cm Newton spiegeltelescoop is een mooi instrument om mee te beginnen.

Spiegeltelescoop (een Newton)

Spiegelkijkers zijn meestal groter in diameter en vangen daardoor meer licht. Ze zijn daarom vooral geschikt voor zwakke objecten als nevels en sterrenstelsels. Maar ook de Maan en de planeten kun je er goed mee bekijken.

Meer informatie over het kopen van een telescoop vind je onder andere op de website hemel.waarnemen.com.


2 reacties

Heel nuttig artikel; alleen hangt de vergroting van een telescoop niet af van de diameters van maar van de verhouding van de brandpunten van objectief en oculair.

Geef een reactie