Vragen over aarde, zon en maan


Waarom zijn sterren, planeten en manen altijd rond?

Kort antwoord:
Door de eigen zwaartekracht.

Langer antwoord:
Wij zijn eraan gewend dat voorwerpen elke mogelijke vorm kunnen hebben. Een baksteen heeft een heel andere vorm dan een sinaasappel, en een breinaald ziet er weer heel anders uit dan een ovenschaal.

Maar als een voorwerp groot en zwaar genoeg is, wordt het vanzelf bolvormig, als gevolg van zijn eigen zwaartekracht. De zwaartekracht wil alle atomen in het voorwerp het liefst zo dicht mogelijk naar elkaar toe trekken. Bij een baksteen of een breinaald lukt dat niet, omdat de eigen zwaartekracht van zo’n klein voorwerp veel te gering is om de moleculaire bindingskrachten te overwinnen. Maar bij heel grote voorwerpen lukt het wél.

Wanneer je alle atomen van een voorwerp zo dicht mogelijk op elkaar pakt, krijg je vanzelf een bol. Probeer het maar eens uit met twee handen verse sneeuw. Als je de sneeuw zo dicht mogelijk op elkaar pakt, heb je een (bolvormige) sneeuwbal. De zwaartekracht, die alles naar elkaar toe trekt, heeft hetzelfde effect.

Kleine hemellichamen kunnen nog flink afwijken van die bolvorm. Planetoïden die kleiner zijn dan een paar honderd kilometer (en dat geldt voor verreweg de meeste!) hebben vaak onregelmatige vormen. Hetzelfde geldt voor kleine planeetmaantjes, komeetkernen, enzovoort. Maar is een object eenmaal groter dan pakweg 500 kilometer (voor een rotsachtige samenstelling) of ca. 800 km (voor een ijsachtige samenstelling), dan krijgt de eigen zwaartekracht de overhand en wordt het hemellichaam vanzelf (min of meer) bolvormig.

Overigens is die eigen zwaartekracht ook de reden dat de hoogste bergen op aarde minder hoog zijn dan de hoogste bergen op Mars. Mars is een kleinere planeet, met minder eigen zwaartekracht, en daarop kunnen dus grotere afwijkingen van de bolvorm voorkomen. Olympus Mons op Mars is ca. 25 kilometer hoog, terwijl Mount Everest nog geen 9 kilometer boven zeeniveau komt.

< terug naar veel gestelde vragen

Hoe vind ik de maanstand van een bepaalde datum?

Kort antwoord:
In een sterrenkundig jaarboek of op internet.

Langer antwoord:
De maan doorloopt elke 29 dagen, 12 uur en 44 minuten zijn schijngestaltencyclus, van Nieuwe Maan via Eerste Kwarter, Volle Maan en Laatste Kwartier naaar de volgende Nieuwe Maan. Die maanstanden vallen steeds op verschillende dagen en data. Toch willen mensen vaak weten wat de maanstand op een bepaalde datum was (of zal zijn). Tegenwoordig is het niet meer zo ingewikkeld om daar achter te komen.

In sterrenkundige jaarboeken, zoals de Sterrengids, de Gids voor Sterren en Planeten (beide uitgegeven door Stichting De Koepel) en het Jaarboek sterrenkunde (uitgegeven door Fontaine Uitgevers) worden voor een compleet jaar de maanstanden gegeven. Dergelijke jaarboeken zijn in de betere boekhandels te verkrijgen, of in de bibliotheek te raadplegen.

Makkelijker is het misschien om de maanstand voor een bepaalde datum op te zoeken op een sterrenkundige website. De betrouwbaarste website is de MoonPhase-pagina van het United States Naval Observatory. Op die pagina kun je elk gewenst jaar tussen 1700 en 2035 intypen, en een overzicht gepresenteerd krijgen van de schijngestalten van de maan voor dat jaar.

Een mooie grafische weergave van de maan op elke gewenste datum is te vinden op de maanfasenpagina van de website ‘Calenders through the ages’.

< terug naar veel gestelde vragen

Hoe zie ik het verschil tussen Eerste en Laatste Kwartier?

Kort antwoord:
Let op het deel van de nacht waarin de maan zichtbaar is.

Langer antwoord:
De maan draait om de aarde, en wordt daarbij steeds vanuit een andere richting door de zon verlicht. Als gevolg daarvan zien wij hoe de maan in de loop van iets meer dan vier weken een schijngestaltencyclus doorloopt van Nieuwe Maan via Eerste Kwartier, Volle Maan en Laatste Kwartier tot de volgende Nieuwe Maan.

Bij Eerste en Laatste Kwartier is de maan (gezien vanaf de aarde) voor de helft verlicht. Beide maanfasen worden dan ook wel aangeduide met ‘halve maan’. Maar als er een halfverlichte maan aan de hemel staat, hoe weet je dan of het Eerste of Laatste Kwartier is?

Vroeger werd hiervoor vaak een ezelsbruggetje gehanteerd: als je van het halve rondje de letter ‘p’ kunt maken (door er aan de linkerkant een omlaag gericht stokje bij te denken), van het Franse woord premier (‘eerste’), is het Eerste Kwartier. Kun je er een ‘d’ van maken (door er aan de rechterkant een omhoog gericht stokje bij te denken), van het Franse woord dernier (‘laatste’), dan is het Laatste Kwartier.

Het nadeel van dit ezelsbruggetje (nog los van het feit dat lang niet iedereen de Franse taal machtis is), is dat het alleen geldt op het noordelijk halfrond van de aarde. Bevind je je op het zuidelijk halfrond, dan staat de maan ondersteboven aan de hemel, en kun je juist bij Eerste Kwartier de letter d vormen en bij Laatste Kwartier de letter p.

Een veel logischer en makkelijker ezelsbruggetje, dat bovendien overal op aarde geldt, is het volgende: de Eerste Kwartier-maan is alleen zichtbaar in de eerste helft van de nacht; de Laatste Kwartier-maan alleen in de laatste helft van de nacht. Bij Eerste Kwartier staat de maan rond zonsondergang al hoog aan de hemel en gaat hij rond middernacht onder; bij Laatste Kwartier komt de maan rond middernacht op en bevindt hij zich rond zonsopkomst hoog boven de horizon.

< terug naar veel gestelde vragen

Waarom zijn er op de maan veel meer kraters dan op de aarde?

Kort antwoord:
Omdat de maan niet geologisch actief is.

Langer antwoord:
In de jeugd van het zonnestelsel vlogen er talloze planetoïden en kometen rond, die op drift waren geraakt door zwaartekrachtsstoringen van de reuzenplaneten. Het gevolg was dat er een waar oerbombardement plaatsvond op de grotere hemellichamen in de binnendelen van het zonnestelsel, zoals de planeten Mercurius, Venus, de aarde en Mars, en onze eigen maan. In de miljarden jaren daarna vonden er nog steeds af en toe zware kosmische inslagen plaats, zij het veel minder frequent.

Op de planeet Mercurius en op de maan zijn de littekens van al die inslagen nog goed zichtbaar. Beide werelden zijn letterlijk bezaaid met kraters. Mars heeft er al een stuk minder, en op Venus en de aarde zijn vrijwel geen inslagkraters te vinden. Toch moeten ook deze hemellichamen te lijden hebben gehad onder het kosmisch geweld.

De reden dat er op de aarde en op Venus zo weinig inslagkraters bewaard zijn gebleven, is dat de twee hemellichamen veel geologische activiteit vertonen. Bewegingen in de planeetkorst, gebergtevorming, vulkanisme en erosie wissen dit soort relatief kleine oppervlaktedetails vaak al binnen een paar miljoen jaar uit. Alleen de grootste kraters blijven langer bewaard, vooropgesteld dat ze gevormd werden op een plaats waar de planeetkorst zeer stabiel is en weinig erosie vertoont.

< Terug naar veel gestelde vragen

Hoe kan het dat ik de maan soms overdag aan de hemel zie?

Kort antwoord:
Dat is mogelijk doordat de maan rond de aarde draait en aan de hemel soms in de buurt van de zon staat.

Langer antwoord:
De zon schijnt overdag; de maan ’s nachts. Tenminste, dat denken veel mensen. Maar in werkelijkheid is het wat ingewikkelder. Ja, de zon schijnt overdag, om de simpele reden dat de afwisseling van dag en nacht nu juist veroorzaakt wordt door het opkomen en ondergaan van de zon. Maar de maan kan zowel ’s nachts als overdag aan de hemel staan.

De maan geeft zelf geen licht, zoals de zon. In plaats daarvan weerkaatst hij het zonlicht. Dat betekent dat de maan (net als de aarde) altijd één verlicht halfrond en één donker halfrond heeft. Kijken wij tegen het verlichte halfrond aan, dan zien we een Volle Maan. Dat is het geval wanneer de maan min of meer tegenover de zon aan de hemel staat. Kijken we tegen het donkere halfrond aan, dan is het Nieuwe Maan; de maan staat dan (gezien vanaf de aarde) min of meer in de richting van de zon. Halverwege die twee uitersten zien we een maan die voor een deel verlicht is: een smalle sikkel, een halve maan, of een voor driekwart verlichte maan. 

Deze schijngestalten van de maan worden dus veroorzaakt doordat de maan rond de aarde draait, waardoor wij steeds op een andere manier tegen het dag- en nachthalfrond van de maan aankijken. En bij elke maanstand hoort een bepaalde zichtbaarheidsperiode. Zo is een Volle Maan natuurlijk de gehele nacht zichtbaar, omdat hij zich ongeveer tegenover de zon aan de hemel bevindt. Een Eerste Kwartier-maan is alleen in de eerste helft van de nacht te zien; een Laatste Kwartier-maan alleen in de laatste helft van de nacht. En een Nieuwe Maan gaat min of meer tegelijk met de zon op en onder.

Hieruit blijkt al meteen dat een Nieuwe Maan overdag aan de hemel staat. Alleen is hij niet te zien, omdat we bij Nieuwe Maan nu net tegen het onverlichte halfrond aankijken. Maar een Eerst Kwartier-maan kan vaak al geruime tijd vóór zonsondergang worden waargenomen, en een Laatste Kwartier-maan is vaak lang na zonsopkomst nog zichtbaar.

Zo vreemd is het dus niet dat we de maan af en toe overdag aan de hemel zien staan. Hij valt natuurlijk wel veel minder op, omdat de daghemel zo helder is. Dat is waarschijnlijk de reden dat veel mensen zich helemaal niet bewust zijn van het feit dat de maan vaak ook overdag te zien is.

< Terug naar veel gestelde vragen

Hoe kan de zon branden zonder zuurstof?

Kort antwoord:
De zon ‘brandt’ niet. De energie van de zon is afkomstig van kernfusiereacties.

Langer antwoord:
In de scheikundeles op de middelbare school wordt het al uitgelegd: voor verbranding is zuurstof nodig – een reactief element dat zich vrij gemakkelijk aan andere elementen bindt. Bij normale verbranding komt veel energie vrij.

Omdat de zon zoveel licht en warmte geeft (en omdat het oppervlak van de zon een kolkende gasmassa is met een temperatuur van bijna zesduizend graden) ontstaat al gauw het idee dat de zon ook ‘brandt’, en dat er op de zon sprake is van vuur. Dat is echter niet het geval.

Het oppervlak van de zon is zo oogverblindend helder omdat het zonnegas zo heet is, waardoor het uit zichzelf begint te gloeien. Er is geen sprake van vuur of verbranding, en er is dan ook geen zuurstof voor nodig.

Natuiurlijk moet de energie die de zon uitstraalt wel érgens vandaan komen. In het binnenste van de zon (en van verreweg de meeste andere sterren) vinden spontane kernfusiereacties plaats, als gevolg van de enorm hoge druk en bijbehorende temperatuur. Bij die kernreacties worden waterstofatomen omgezet in heliumatomen. Dat fusieproces levert veel energie op, maar met normale verbranding heeft het niets te maken.

Verwarrend genoeg spreken astronomen wel vaak over ‘waterstofverbranding’ als ze het hebben over de kernfusiereacties in het binnenste van sterren. In een later stadium van het leven van een ster vindt trouwens ook ‘heliumverbranding’ plaats (de fusie van heliumatomen tot koolstofatomen), en vervolgens kunnen koolstofatomen ook weer omgezet worden in zuurstofatomen. Oudere sterren bevatten dus wel degelijk grote hoeveelheden zuurstof, maar die zijn niet nodig om de energieproductie van de ster op gang te houden.

< Terug naar veel gestelde vragen

Zijn er ooit mensen geraakt door meteorieten?

Kort antwoord:
Ja.

Langer antwoord:
Gemiddeld komt er elke dag wel ergens op aarde een meteoriet neer. In verreweg de meeste gevallen komen die ruimtestenen terecht in de oceaan, of in een onbewoond gebied zoals een woestijn, een steppe, een jungle of een ijsvlakte. Maar soms loopt het minder goed af.

De 31-jarige Ann Hodges uit Sylacauga, Alabama, liep in 1954 een brandwond in haar zij op toen ze tijdens haar slaap getroffen werd door een forse meteoriet. In 1992 werd een jongetje in Mbale, Oeganda, op ijn hoofd geraakt door een klein ruimtesteentje van 3 gram. Volgens onbevestigde overleveringen zouden twee opvarenden van het VOC-schip Malacca in 1648 gedood zijn door de inslag van een meteoriet. En Chinese kronieken maken melding van duizenden doden bij een ware stenenregen in 1490.

Veel van de oudere verhalen zijn moeilijk te verifiëren. Wel staat vast dat in 1972 een koe gedood werd door de inslag van een meteoriet in Venezuela, en gaan er (onbevestigde) verhalen over een Egyptische hond die in 1911 het slachtoffer werd van een meteorietval. Daarnaast gebeurt het met enige regelmaat dat auto’s of huizen worden geraakt – onder andere in 1990 in Glanerbrug bij Enschede.

Indirecte verwondingen zijn er natuurlijk ook: op 15 februari 2013 explodeerde een grote meteoriet boven de Russische stad Tsjeljabinsk en liepen ruim duizend mensen snijwonden op door rondvliegend glas. Ook bij de zware inslag boven de Toengoeska-rivier in Siberië, in 1908, zouden enkele nomaden gewond zijn geraakt.

Erg groot is het risico in elk geval niet. De kans om geraakt te worden door een omvallende boom of een uit de bocht gevlogen auto is vele malen groter.

< Terug naar veel gestelde vragen

Waarom is de volle maan zo groot als hij laag aan de hemel staat?

Kort antwoord:
Dat is gezichtsbedrog.

Langer antwoord:
Iedereen kent het verschijnsel: de (volle) maan is dicht bij de horizon veel groter dan hoog aan de hemel. Maar dat is gezichtsbedrog, hoe ongelooflijk dat misschien ook klinkt.

Je kunt het gemakkelijk zelf checken, door de grootte van de maan te vergelijken met de grootte van een eurocent die je – met uitgesgtrekte arm – tussen duim en wijsvinger houdt. Je zult zien dat de laagstaande volle maan iets kleiner is dan die eurocent, en als je dat later in de nacht nog een keer doet, is er geen enkel verschil zichtbaar.

Hoe deze zogeheten ‘maanillusie’ precies ontstaat is gek genoeg niet met zekerheid bekend. Waarschijnlijk heeft het vooral te maken met het feit dat je de laagstaande maan in hetzelfde beeldveld ziet als vertrouwde objecten aan de horizon, zoals bomen of verre kerktorens. Zodra die ‘vertrouwde omgeving’ weg is, is de maanillusie ook verdwenen. Ook wanneer je de laagstaande volle maan ‘ondersteboven’ bekijkt (ga met je rug naar de maan staan, buig voorover en bekijk de maan tussen je benen door!), is het effect vrijwel verdwenen.

Overigens is de schijnbare afmeting van de maan niet altijd precies gelijk. De maan draait in een enigszins elliptische baan om de aarde, waardoor de afstand tot de aarde soms wat kleiner en soms wat groter is dan gemiddeld. Dat verschil, dat kan oplopen tot ruim tien procent, valt echter niet op omdat je geen vergelijkingsmateriaal hebt. Wel is de maan opvallend helder wanneer het volle maan is op een moment dat de afstand van de maan het kleinst is.

< Terug naar veel gestelde vragen

Houdt de zon ooit op met schijnen?

Kort antwoord:
Ja, maar dat duurt gelukkig nog heel lang.

Langer antwoord:
Niets in het heelal is voor de eeuwigheid. Elke ster is ooit ‘geboren’, en zal ooit ‘sterven’. Dat geldt dus ook voor onze eigen zon – een vrij gemiddelde ster. De geschatte levensduur van de zon is zo’n tien miljard jaar. Daarvan is inmiddels ongeveer de helft verstreken. Over een slordige vijf miljard jaar houdt de zon dus op met schijnen.

Lang daarvóór zal leven op aarde al onmogelijk zijn. De zon wordt in de loop van de tijd namelijk langzaam maar zeker helderder (zoals alle sterren). Dat betekent dat over ongeveer één miljard jaar al het oceaanwater op aarde al zal verdampen.

Over vier à vijf miljard jaar zwelt de zon op tot een rode reuzenster, en blaast hij een groot deel van zijn buitenste gasmantels het heelal in. Op die manier ontstaat een zogheten planetaire nevel – een langzaam uitdijende schil van gas.

Wanneer de kernreacties in het binnenste van de zon tot stilstand komen, krimpt de zon onder invloed van zijn eigen gewicht in tot een kleine, hete witte dwerg, niet veel groter dan de aarde. Die compacte witte dwergster bestaat voor een groot deel uit koolstof en zuurstof. Echt ‘schijnen’ (nieuwe energie produceren) doet de zon dan niet meer. De witte dwerg koelt in de loop van lange tijd af tot een donkere ‘zwarte dwerg’ – een kleine, compacte, koude bal van gedegeneerd gas.

De zon ondergaat aan het eind van zijn leven dus geen supernova-explosie. Alleen sterren die aanzienlijk zwaarder zijn dan de zon komen op zo’n catastrofale manier aan hun eind. 

< Terug naar veel gestelde vragen

Hebben de Apollo-maanlandingen echt plaatsgevonden?

Kort antwoord:
Ja.

Langer antwoord:
Het lijkt onvoorstelbaar, maar er zijn echt mensen die geloven dat het Apollo-maanprogramma volledig door de Amerikaanse NASA in scène is gezet. De tv-beelden van de maanlandingen zouden zijn opgenomen in Hollywood-studio’s. Op internet kom je allerlei zogenaamde ‘bewijzen’ tegen dat we eind jaren zestig en begin jaren zeventig collectief in het ootje zijn genomen.

Het Amerikaanse Apollo-programma werd in extreem korte tijd gerealiseerd in een periode waarin de wereld in de greep was van de Koude Oorlog, en de Verenigde Staten aan de Sovjetunie duidelijk wilde maken wie er heer en meester was op het gebied van rakettechnologie. Voorjaar 1961 kwam president John F. Kennedy met het plan om een Amerikaan op de maan te zetten (en hem weer veilig terug te brengen naar de aarde); ruim acht jaar later zette Neil Armstrong zijn ‘small step for a man, but a giant leap for mankind.’ Inderdaad een prestatie van formaat.

Na de historische maanlanding van de Apollo 11 zijn er nog vijf bemande maanlandingen uitgevoerd. Tienduizenden mensen hebben de indrukwekkende lanceringen van de krachtige Saturnus V-raketten live meegemaakt. Meegebrachte maanstenen – met een kenmerkende samenstelling die afwijkt van die van aardse gesteenten – zijn door duizenden geologen onderzocht. Onbemande ruimtesondes zoals de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) hebben zelfs gedetailleerde foto’s gemaakt van de zes Apollo-landingsplaatsen, waarop de maanlanders zichtbaar zijn, evenals de sporen die door de astronauten zijn achtergelaten.

Maar goed, tegen complottheorieën is geen kruid gewassen. Wie ervan overtuigd is dat alles een kleine halve eeuw geleden zorgvuldig is gefaket, laat zich natuurlijk niet overtuigen door de LRO-foto’s – die zullen dan ook wel gephotoshopt zijn.

< Terug naar veel gestelde vragen

Kan de aarde uit zijn baan raken door een kosmische inslag?

Kort antwoord:
Nee, tenzij het een botsing met een andere planeet betreft.

Langer antwoord:
De aarde is een grote, zware planeet. Die laat zich niet zo gemakkelijk uit zijn baan ketsen. Natuurlijk – als de aarde ooit in botsing zou komen met een hemellichaam van enigszins vergelijkbare grootte (groter dan de maan), heeft dat gevolgen voor de baan die de aarde om de zon beschrijft, hoewel zelfs dan de ‘schade’ nog wel meevalt. Maar de inslag van een planetoïde, zelfs als die afmetingen van vele tientallen kilometers zou hebben, is niet zwaar genoeg om zo’n baanverandering te bewerkstelligen. Het is een beetje alsof je een aanstormende tientonner van koers wil laten veranderen door er een pingpongballetje tegenaan te gooien.

Evenmin zijn kosmische inslagen in staat om de stand van de aardas noemenswaard te veranderen. Behalve natuurlijk wanneer het om een botsing met een echt groot hemellichaam gaat. Er is wel gesuggereerd dat de gekantelde stand van de planeet Uranus en de ‘retrograde’ rotatie van de planeet Venus (tegen de normale draairichting van het zonnestelsel in) lang geleden veroorzaakt zouden kunnen zijn door dergelijke catastrofale botsingen.

< Terug naar veel gestelde vragen

Hoe kunnen er meteorieten van de maan en Mars op aarde terechtkomen?

Kort antwoord:
Via zware inslagen op die andere hemellichamen.

Langer antwoord:
Als er een grote meteroiet op aarde inslaat, worden brokstukken van de aardkorst alle kanten op geslingerd. Die brokstukken vallen – soms op grote afstanden van het inslaggebied – weer terug naar het aardoppervlak. Maar als de oorspronkelijke inslag echt héél zwaar was, kunnen sommige van die brokstukken de zogeheten ontsnappingssnelheid bereiken – ze ontsnappen dan aan de aardse zwaartekracht.

De ontsnappingssnelheid van de aarde is 11,2 kilometer per seconde. Maar de maan en de planeet Mars zijn veel kleiner dan de aarde. Ze hebben een minder sterk zwaartekrachtsveld en dus een lagere ontsnappingssnelheid (respectievelijk 2,4 en 5,0 kilometer per seconde). Dus al bij een middelzware kosmische inslag op de maan of op Mars is het mogelijk dat er brokstukken de ruimte in geslingerd worden.

Aanvankelijk draaien zulke brokstukken in een eigen baan rond de zon, als kleine planetoïden of meteoroïden. Maar na tienduizenden jaren kunnen ze te dicht in de buurt van de aarde komen, en als meteoriet op het oppervlak terechtkomen. Er zijn dan stukjes maan of stukjes Mars op aarde geland.

In de afgelopen decennia zijn er een paar honderd van die maan- en Marsmeteorieten gevonden. Hun herkomst blijkt uit de samenstelling van de steen, en (vooral) de samenstelling van gasinsluitsels in de meteoriet. De beroemdste Marsmeteoriet is ALH84001, gevonden op Antarctica. NASA-onderzoekers meenden in 1996 aanwijzingen gevonden te hebben voor de aanwezigheid van fossiele Marsbacteriën in deze ruimtesteen.

In 2012 werd in de Sahara een meteoriet gevonden die mogelijk afkomstig is van Mercurius, ook een planeet met een relatief lage ontsnappingssnelheid. Venusmeteorieten zijn nog nooit ontdekt, en ook aardse meteorieten op andere planeten zullen vrij zeldzaam zijn.

Dat de planeten op deze manier materiaal uitwisselen, werpt mogelijk een nieuw licht op de ware oorsprong van het leven op aarde. Mars leek in de jeugd van het zonnestelsel veel meer op de aarde dan nu, maar de planeet koelde wel sneller af, door de kleinere afmetingen en de grotere afstand tot de zon. Als er op Mars ooit leven is ontstaan, gebeurde dat mogelijk dus eerder dan op aarde. Wanneer eencellige Marsorganismen aan boord van een Marsmeteoriet op aarde terecht kunnen komen, is het niet ondenkbaar dat al het aardse leven in feite afstamt van Marsbacteriën.

< Terug naar veel gestelde vragen

Heeft de maan invloed op het leven op aarde?

Kort antwoord:
Nauwelijks.

Langer antwoord:
De maan is het dichtstbijzijnde hemellichaam, maar de gemiddelde afstand bedraagt altijd nog 384.400 kilometer. De grootste invloed van de maan op de aarde is de getijdenwerking, die eb en vloed in zeeën en oceanen veroorzaakt.

Als de maan een complete oceaan in beweging kan brengen, zal hij dan ook niet een enorme invloed uitoefenen op veel kleinere objecten, zoals mensen? Dat zou je denken, maar het antwoord is ‘nee’. Eb en vloed ontstaan doordat de aantrekkingskracht van de maan op de ene kant van de aarde groter is dan op de andere kant. Zo’n getijdenwerking treedt dus uitsluitend op in zeer uitgestrekte (water-)massa’s. Niet voor niets zie je nooit eb en vloed in een tuinvijver of in een glas limonade.

De schijngestaltencyclus van de maan heeft op een slecht begrepen manier wel enige invloed gehad op sommige levensvormen. Er zijn bijvoorbeeld zeeorganismen bekend die zich alleen bij een bepaalde maanstand voortplanten. En het is misschien geen toeval dat de gemiddelde menstruatiecyclus van vrouwen ongeveer even lang duurt als de schijngestaltencyclus van de maan.

Toch zijn de meeste ‘Volle Maan-verhalen’ niet meer dan fabels. Uitvoerig onderzoek heeft uitgewezen dat er geen verband is tussen de maanstand en het aantal kinderen dat wordt geboren. Dat er bij Volle Maan meer misdrijven worden gepleegd en dat psychiatrische patiënten gemiddeld veel onrustiger zijn bij Volle Maan blijkt bij nader onderzoek ook niet hard te maken.

Als er al sprake is van dergelijke effecten, is er vaak sprake van een indirecte oorzaak, of van gebrekkige waarneming. Zo vonden grote stadsbranden in het verleden vaker plaats rond Volle Maan, maar dat is niet zo gek, want bijeenkomsten en feesten werden altijd rond die maanstand georganiseerd, omdat het dan gemakkelijker was om ’s nachts te reizen.

En dat huisartsen en vroedvrouwen ‘zeker weten’ dat er bij Volle Maan meer kinderen worden geboren (wat dus gewoon niet blijkt uit alle bevolkingsstatistieken!), komt waarschijnlijk doordat de Volle Maan veel meer opvalt dan een andere maanstand: hij is aanzienlijk helderder, en bovendien de gehele nacht zichtbaar. Wat ook meespeelt is dat de maan voor de ongeoefende waarnemer wel bijna een week lang ‘vol’ lijkt. Zo ontstaat al snel het idee dat ongeveer een kwart van alle geboortes bij Volle Maan plaatsvindt.

< Terug naar veel gestelde vragen

Vergaat de wereld binnenkort?

Kort antwoord:
Nee.

Langer antwoord:
De aarde is ca. 4,6 miljard jaar geleden ontstaan. Het is de op vier na grootste planeet in het zonnestelsel. Zo’n hemellichaam krijg je niet zomaar vernietigd. Over nog eens 4,6 miljard jaar, wanneer de zon het einde van zijn leven nadert en begint op te zwellen tot een rode reuzenster, zal de aarde er nog steeds zijn. Alleen is er dan natuurlijk geen leven meer mogelijk.

Om de aarde echt te laten vergaan moet je hem in botsing brengen met een andere planeet van vergelijkbare grootte. er is een extreem kleine kans dat dat in de zeer verre toekomst gebeurt: de banen van de planeten zijn niet 100 procent stabiel, en kleine, chaotische zwaartekrachtseffecten zouden over vele honderden miljoenen jaren toe kunnen leiden dat de aarde in botsing komt met de planeet Venus. Dan is het met beide hemellichamen wel afgelopen.

Een andere manier waarop de aarde zou kunnen vergaan is als hij opgeslokt zou worden door de opzwellende zon. Dat zal over enkele miljarden jaren bijvoorbeeld gebeuren met de planeten Mercurius en Venus, die dichter bij de zon staan. Alles lijkt er echter op te wijzen dat de aarde de dans gaat ontspringen.

Met het vergaan van de wereld wordt meestal een minder grote catastrofe bedoeld, die leidt tot het vergaan van de mensheid, of van al het leven op aarde. Zulke kosmische rampen zijn wel degelijk mogelijk. Als de aarde bijvoorbeeld getroffen wordt door een planetoïde met een middellijn van tien kilometer of meer, lijkt het uitgesloten dat de mensheid dat overleeft. Zulke inslagen komen gemiddeld eens in de ca. honderd miljoen jaar voor. Ook grote klimaatveranderingen, bijvoorbeeld veroorzaakt door kleine veranderingen in de vorm van de aardbaan of de stand van de aardas, kunnen enorme gevolgen hebben voor het leven op aarde. Daarnaast is het denkbaar dat onze planeet blootgesteld wordt aan een extreem krachtige zonnevlam, of aan de dodelijke straling van een nabije supernova-explosie.

Al die rampzalige verschijnselen zijn gelukkig erg zeldzaam. De kans dat het leven op aarde morgen of volgende week verwoest wordt door zo’n kosmische catastrofe is dan ook buitensporig klein. Het vergaan van de wereld is de afgelopen eeuwen al talloze malen voorspeld (voor het laatst op 21 december 2012), maar geen van die voorspellingen is tot op heden uitgekomen. Geen reden tot zorg dus.

< Terug naar veel gestelde vragen

Ik heb een vreemde steen gevonden. Is het een meteoriet?

Kort antwoord:
Helaas, waarschijnlijk niet.

Langer antwoord:
Meteorieten zijn ruimtestenen die op aarde terecht zijn gekomen. De oospronkelijke steen (de meteoroïde), die met een snelheid van meer dan 10 kilometer per seconde de dampkring binnendrong, moet minstens tien centimeter groot zijn geweest, anders komt er geen restant op de grond terecht – door de wrijving met de luchtmoleculen wordt de steen namelijk sterk verhit, en begint hij te verdampen.

Gemiddeld komt er misschien eens per dag ergens op aarde een meteoriet neer, en in de meeste gevallen gaat het om kleine exemplaren. Omdat Nederland en België maar kleine landjes zijn, is de kans dat zoiets bij ons gebeurt erg klein. Tot nu toe zijn slechts vier Nederlandse en vier Belgische meteorieten officieel bevestigd.

Om zeker te weten dat een bijzondere steen een meteoriet is, moet hij in een geologisch laboratorium worden onderzocht. Door de gedeeltelijke verdamping vertonen veel meteorieten een donkere ‘smeltkorst’. Ook zijn onder de microscoop soms bijzondere langgerekte structuren in de meteoriet te zien.

Wil je zeker weten dat je een meteoriet in bezit hebt, dan kun je er het best een kopen in een geologisch museum of bij een publiekssterrenwacht of planetarium. De bijzondere stenen die vaak door mensen worden gevonden zijn niet meer dan dat: bijzondere stenen. Het is (althans in Nederland en België) nog nooit voorgekomen dat een steen die gewoon door iemand is gevonden bij nader onderzoek een meteoriet bleek te zijn.

< Terug naar veel gestelde vragen

Geef een reactie

Scroll naar top
%d bloggers liken dit: