Webb-ruimtetelescoop staat in de startblokken

De Ariane-5 raket, met de Webb-ruimtetelescoop in zijn neuskegel, op het lanceerplatform in Kourou, Frans-Guyana. © ESA/CNES/Arianespace

Na heel veel uitstel zal morgen, zaterdag 25 december, om 13.20 uur Nederlandse tijd de James Webb-ruimtetelescoop worden gelanceerd. Hij bevindt zich nu in de neuskegel van een Ariane 5-draagraket op de Europese lanceerbasis bij Kourou in Frans-Guyana. [Dit bericht worden aangepast wanneer daar aanleiding toe is.

Aan de ruimtetelescoop – een gezamenlijke inspanning van de ruimteagentschappen van de VS (NASA), Europa (ESA) en Canada (CSA) – is meer dan twintig jaar gewerkt. Oorspronkelijk bestond nog het idee dat het instrument in 2007 gelanceerd zou kunnen worden, maar uitstel op uitstel volgde. Maar nu, veertien jaar en een slordige 10 miljard dollar later, is het dan eindelijk zo ver. 

De nieuwe ruimtetelescoop wordt vaak de opvolger van Hubble genoemd, maar is een compleet andersoortig instrument. De spiegel waarmee hij licht uit de kosmos opvangt is met 6,5 meter bijna drie keer zo groot en bestaat niet uit één stuk, maar uit 18 zeshoekige segmenten. Bovendien vangt de hij geen zichtbaar licht op, maar infraroodstraling. De Webb-ruimtetelescoop bekijkt het heelal dus door een heel andere bril dat Hubble, en NASA hoopt dan ook dat beide instrumenten nog een aantal jaren ‘naast elkaar’ kunnen worden gebruikt. 

Tijdens de lancering zitten de hoofdspiegel en het nog grotere ‘zonnescherm’ van de Webb-ruimtetelescoop in opgevouwen toestand in de neuskegel van de Ariane-raket. Het uitvouwen van de beide onderdelen is een complexe en vooral ook razend spannende onderneming die nog geen drie dagen na de lancering van start gaat en ongeveer twee weken in beslag neemt. 

Dertig dagen na de lancering zal de nieuwe ruimtetelescoop aankomen op zijn bestemming: het lagrangepunt L2, dat van de zon uit gezien anderhalf miljoen kilometer achter de aarde ligt. Het duurt vervolgens nog maanden voordat zijn instrumenten helemaal zijn afgekoeld en getest kunnen worden. 

Uiteindelijk zal ‘Webb’ de hemel gaan afspeuren naar de eerste sterrenstelsels, die vermoedelijk 100 tot 250 miljoen jaar na de oerknal zijn ontstaan. Ook zal hij het ontstaan en evolutie van sterren en hun planetenstelsels onderzoeken. De eerste resultaten worden medio 2022 verwacht, al zullen voor die tijd vast wel enkele testopnamen worden gepresenteerd. 

Voorafgaand aan de lancering hebben de astronomen Ewine van Dishoeck en Bernhard Brandl vrijdagochtend online lezingen gegeven over de Webb-ruimtetelescoop. Deze lezingen zijn nog steeds via YouTube te bekijken. De lancering zelf is onder meer te volgen via ESA Web TV. Bij ESA kan ook een Nederlandstalige ’informatiemap’ in pdf-formaat worden gedownload. (EE)
ESA-homepage van de James Webb Space Telescope

Geef een reactie

Scroll naar top
%d bloggers liken dit: